Ozet Ontwikkeling

Delegeren

10. - Delegeren -
  1. Delegeren kun je leren door het ‘gecontroleerd’ te doen. Bouw daarom de controle in die je nodig vindt maar stel de noodzaak ervan structureel en periodiek aan de orde. Breng bewust elke week of maand de controle terug. Het kan je helpen door dit ook aan de betrokken medewerkers te melden.
  2. Delegeren hangt samen met meten en weten. Met andere woorden: het gaat makkelijker naarmate je beter meer inzicht hebt in het proces, goede meetmomenten aanbrengt en de gewenste resultaten helder omschrijft. Dat kan concreet door:
    • Vooraf strakke afspraken te maken over wat er gedaan moet worden en waarom, wanneer de opdracht klaar moet zijn en welke bevoegdheden de medewerker heeft.
    • Regelmatig vergaderingen en werkafspraken (wekelijks, maandelijks, eens in de drie maanden) te plannen om de vragen van medewerkers te beantwoorden en zelf informatie te verkrijgen zodat je weet wat er gaande is.
  3. Verantwoordelijkheid kun je niet geven, vertrouwen wel. Als je reserves hebt bij een medewerker, maak dat dan bespreekbaar en inzichtelijk: bekijk en bespreek nauwkeurig wat de medewerker wel en niet kan en spreek af om dat elke paar weken opnieuw aan de orde te stellen en zo mogelijk bij te stellen.
  4. ‘Loslaten’ van controle kan worden belemmerd door een onbewuste neigingen of overtuigingen, zoals ‘het moet exact gebeuren zoals ik heb gezegd’, of ‘ze kunnen het toch niet zo goed als ik’. Het is interessant om die op te sporen, bijvoorbeeld met een coach en te kijken wat er gebeurt als je dat soort overtuigingen bewust ombuigt of achterwege laat.